Rating aanvragen: de moeite waard?

Rating aanvragen: de moeite waard?

De Nederlandse zorgmarkt verandert. Zorginstellingen worden steeds minder als publieke instellingen gezien en in toenemende mate, naast de zorgprestaties, beoordeeld op financiële prestaties.

Voorbeelden hiervan zijn de faillissementen van het Slotervaart Ziekenhuis en de IJsselmeerziekenhuizen. Het gevolg van deze ontwikkeling kan zijn dat de beschikbaarheid van financiering voor investeringen binnen de zorgsector minder vanzelfsprekend wordt.

De afgelopen jaren is het al lastiger geworden om borging te krijgen bij het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Bovendien zijn de beschikbare financieringslijnen bij de traditionele marktpartijen, zoals BNG Bank, Rabobank, ABN AMRO en ING, niet in alle gevallen toereikend om volledige invulling te kunnen geven aan de financieringsbehoefte van een instelling. Dit was zeker het geval tijdens de kredietcrisis. Daarom is het begrijpelijk dat instellingen met omvangrijke investeringsplannen en/of een jaarlijks terugkerend financieringsvolume, zoeken naar nieuwe financieringskanalen om de toekomstige beschikbaarheid van financiering te waarborgen.

Een ontwikkeling die hierbij opvalt, is de aandacht voor een formele credit rating. De laatste jaren heeft een aantal zorginstellingen daadwerkelijk een publieke credit rating aangevraagd bij een grote kredietbeoordelaar (in alle gevallen Fitch). Grote ziekenhuizen als het Erasmus Medisch Centrum (AAA), de Noordwest Ziekenhuisgroep (A+) en het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis (A) ontvingen al een kredietbeoordeling, maar ook de kredietwaardigheid van een ‘kleinere’ GGZ-instelling als GGZ Noord-Holland-Noord (A) werd positief beoordeeld.

Het aanvragen van een rating is momenteel bij zorginstellingen een terugkerend onderwerp. Daarbij stellen zij zichzelf de vraag of een rating ook voor hen de moeite waard is: is het nuttig of zelfs noodzaak?

Diversificatie?

Bij een omvangrijke investeringsopgave kan het, zeker in tijden van laagconjunctuur, een uitdaging zijn om de financieringsbehoefte via de traditionele loketten volledig ingevuld te krijgen. Om de beschikbaarheid van financiering te waarborgen, is het daarom verstandig te verkennen of er ook andere loketten zijn. Hierbij valt te denken aan pensioenfondsen en verzekeraars. Aangezien deze partijen over het algemeen geen interne risicobeoordelingsmodellen voor dergelijke investeringen in huis hebben, zullen zij op een andere wijze het comfort moeten krijgen dat een zorginstelling in staat is om de financieringslasten te dragen. Het verkrijgen van een credit rating kan dat comfort bieden en daarmee voor de gewenste diversificatie zorgen.

Lagere rente?

Of het aanboren van nieuwe kanalen de instelling rentevoordelen oplevert, is met name sterk afhankelijk van de omvang van de financieringsbehoefte. Voor een beperkt aantal instellingen binnen de zorgsector is het huidige aanbod momenteel ontoereikend en biedt een rating de mogelijkheid om de noodzakelijke diversificatie van het aanbod te realiseren. Denk hierbij aan instellingen zoals het Erasmus Medisch Centrum, met een omzet van EUR 1,7 miljard en een leningenportefeuille van meer dan EUR 700 miljoen.

Als er meerdere kanalen beschikbaar zijn om investeringen te financieren, kan dit positief zijn voor instellingen: hoe meer aanbieders, hoe gunstiger de voorwaarden. Vanuit marktwerking kan het aanboren van extra kanalen daarom zeker zin hebben.

Daarentegen blijkt nog onvoldoende dat investeerders die op basis van een credit rating financieren, scherpere condities hanteren dan de bestaande loketten. Een groot deel van de financieringsbehoefte binnen de zorgsector kan worden ingevuld via de bestaande kanalen waarbij – door toetreding van relatief nieuwe aanbieders zoals de Europese Investeringsbank en de Nederlandse Waterschapsbank (niet geborgd voor academische ziekenhuizen), de aanwezigheid van de BNG Bank, en de mogelijkheden van het WFZ – het aanbod vaak voldoende is en tegen aantrekkelijke rentecondities.

Van de zorginstellingen die via Fitch een rating hebben gekregen, zijn vooralsnog het Erasmus Medisch Centrum1 en GGZ Noord-Holland-Noord2 gedeeltelijk via nieuwe loketten gefinancierd. Mogelijk volgen er meer instellingen, maar het aantal is nog te beperkt om een uitspraak te kunnen doen over het rentevoordeel.

Disciplinerende werking?

Hoewel het ratingproces arbeidsintensief en kostbaar kan zijn, kan het ook nieuwe inzichten opleveren voor zorginstellingen. Een kredietbeoordelaar kijkt immers veelal op dezelfde wijze naar een instelling als de verstrekkers van financiering. Daarom kan ‘disciplinerende werking’ van het aanvragen en behouden van een rating als belangrijk voordeel benoemd worden. Er zijn ook andere manieren3 om inzicht te krijgen en grip te houden op de financiële huishouding. Een rating is niet het meest geëigende instrument om dat te realiseren, maar kan wel voor enige discipline zorgen.

Ratingvormen?

Een rating is in meerdere vormen aan te vragen. Naast de publieke ratings, van bijvoorbeeld het Erasmus Medisch Centrum en Noordwest Ziekenhuisgroep, bieden de ratingbureaus ook private ratings aan in verschillende vormen, zowel op basis van continue monitoring als op een bepaald moment (‘point in time’). Bovendien zijn er andere, vaak kleinere ratingbureaus die private ratings afgeven.

Het belangrijkste verschil tussen een publieke en een private rating is dat een publieke rating openlijk gepubliceerd kan worden en een private rating niet. Bij een private rating wordt een ratingrapport afgegeven, maar dit kan veelal niet, of slechts op beperkte schaal worden gedeeld met stakeholders.

Een private rating is vaak een vereiste om bijvoorbeeld de ‘US Private Placement (USPP) market’ te kunnen betreden, als alternatief voor financiering via de traditionele marktpartijen. Een publieke rating, in combinatie met specifieke rapportageverplichtingen, is een vereiste voor het betreden van de publieke markt, zoals de ‘Eurobond market’, voor de openbare uitgifte van obligaties.

Een argument in de sector voor het aanvragen van een publieke rating is het inzetten van de rating als ‘profileringsinstrument’ in de contacten met zorgverzekeraars, zorgkantoren, banken en andere stakeholders. Ook hier geldt dat een publieke rating niet direct het geëigende instrument is om in te zetten. Er zijn andere manieren, kwalitatief en kwantitatief van aard, om de robuustheid van de instelling onder de aandacht te brengen tegen beperktere inspanningen en kosten, en met vergelijkbare toegevoegde waarde.

Hierbij kan gedacht worden aan de deskundigheid van het management van de zorginstelling, de continuïteitsparagraaf, eventueel de managementletter van de accountant, de benchmarkanalyses die jaarlijks door meerdere ervaren partijen worden gepresenteerd en de door deskundige bureaus uitgevoerde kredietrisicoanalyses.

Kosten?

Indien de financieringsbehoefte cyclisch is en de omvang van de behoefte jaarlijks hoog, is het waarschijnlijker dat de kosten4 van het aanvragen en het onderhouden van een rating worden terugverdiend. De toegevoegde waarde van een credit rating voor financieringen met een minder cyclisch karakter en een beperktere omvang, zal lager zijn.

Als we kijken naar de kosten voor het aanvragen en onderhouden van een credit rating, gaat het niet alleen om het bedrag dat de kredietbeoordelaar vraagt voor het afgeven van een rating. Ook de tijd die het kost om jaarlijks de vereiste documentatie te verzamelen en gesprekken te voeren met de kredietbeoordelaar, is een belangrijk aandachtspunt.

Van de gerenommeerde ratingbureaus benadert momenteel alleen Fitch de zorgsector al enige jaren actief. Onder meer Standard & Poor’s en Moody’s begeven zich nog niet in deze sector. Redenen hiervoor kunnen uiteenlopen, van bijvoorbeeld ‘te weinig marktpotentieel’, ‘focus op andere sectoren’ en ‘geen toegevoegde waarde voor de sector’, tot ‘onvoldoende kennis van de sector’.

Onafhankelijke externe partijen?

Instellingen die overwegen om een rating aan te vragen of dit al hebben gedaan, zijn niet zelden proactief benaderd en begeleid door een intermediair. Intermediairs zijn, gelet op hun verdienmodel, ‘transactiegedreven’ en hebben daarom belang bij het aanboren van nieuwe financieringsloketten voor zorginstellingen, buiten de traditionele aanbieders van financiering.

Intermediairs beschikken over het algemeen over een zeer uitgebreid netwerk op de kapitaalmarkt. Dit kan prima van pas komen voor die zorgpartijen waarvan de financieringsbehoefte dermate groot is, dat traditionele aanbieders die behoefte niet alleen kunnen invullen. Nieuwe loketten kunnen dan zorgen voor de gewenste concurrentie en marktwerking.

Kortom

Of het aanvragen van een rating de moeite waard is, verschilt per zorginstelling. Het aantal praktijkvoorbeelden is nog te summier om deze vraag goed te kunnen beantwoorden.

Er zijn meerdere factoren die van invloed zijn op het besluit van een zorginstelling om een credit rating aan te vragen. Niet alleen de grootte van de financieringsbehoefte en de frequentie spelen een rol, ook de disciplinerende werking en de signaalfunctie richting stakeholders dienen afgewogen te worden tegen de kosten en inspanningen die er tegenover staan.

Als onafhankelijk adviesbureau heeft Zanders, dankzij jarenlange ervaring met financieringsvraagstukken en extensieve kennis op het gebied van kredietbeoordeling, op dit gebied een uitgebreid trackrecord opgebouwd. Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Hendrik Pons via +31 35 692 89 89.

 

1 2007: ASN Bank EUR 21mln 10jrs lineair lossend
  2015: AG Insurance NV (BE) EUR 60mln 20jrs lineair lossend
2 2018: Uitgifte obligaties via Euronext, EUR 20mln, 30jrs fixed
3 Zie de voorbeelden onder het kopje ‘Ratingvormen?’
4 De kosten bij Fitch voor het aanvragen van een rating variëren momenteel van EUR 20.000,- voor een eenmalige private rating tot EUR 30.000,- per jaar voor een publieke rating.