Het verschil tussen risico en onzekerheid

De FAUC-assessment

Het verschil tussen risico en onzekerheid

De wereld is complex en de toekomst onzeker. Wat betekent dat voor de bestaande modellen waar we onze verwachtingen op baseren? Voor Lex Hoogduin (hoogleraar complexiteit en onzekerheid in financiële markten en financiële instituten en Chairman van LCH Clearnet), was het een reden om Global Complexity Network (GloComNet) op te richten, een open platform gericht op het effectief omgaan met ‘complexiteit en onzekerheid’. Zanders sloot zich vorig jaar aan en gezamenlijk werd een Framework for Acting under Uncertainty and Complexity (FAUC)-assessment ontwikkeld. Een goede aanleiding om in gesprek te gaan met Lex Hoogduin en, namens Zanders, Rob Naber en Evert de Vries.

Hoe is GloComNet ontstaan?

Hoogduin: “Sinds 2013 houd ik me op de Universiteit van Groningen bezig met de leerstoel rond complexiteit en onzekerheid. Omdat één dag in de week onderzoeken niet voldoende was, besloten we een netwerk op te richten om de bewustwording van dit thema verder te verspreiden. Het netwerk maakt het voor mensen makkelijker om onderzoek te doen. Bovendien kun je bedrijven en instellingen helpen effectief te handelen rond complexiteit en onzekerheid. We zien dat veel organisaties hiermee worstelen, dat ze de grip op de materie verliezen.

Vaak heeft dit te maken met onverwachte ontwikkelingen, meestal rond globalisering en digitalisering. De traditionele methoden om greep te krijgen op je omgeving hadden al hun grenzen, maar die zijn als gevolg van al die veranderingen scherper naar voren gekomen. Met alleen die traditionele technieken kom je er niet meer.”

Gaat het bij complexiteit en onzekerheid vooral om het inzicht in de toekomst?

Hoogduin: “Het punt is dat de toekomst fundamenteel onzeker is. Je kunt ‘m niet voorspellen, maar je kunt ‘m je wel voorstellen. Kijk vooral bij nieuwe mogelijkheden en bedreigingen of het beeld dat je had nog klopt of bijgesteld moet worden. Je moet weten wat je wilt bereiken, maar geen gedetailleerd pad naar de toekomst willen maken.”

Naber: “Je kunt het vergelijken met een voetbalwedstrijd. Je kunt in de eerste minuut niet zeggen wat er in de dertigste minuut gaat gebeuren. Maar je kunt wel bedenken hoe het spel kan verlopen. En dan is de truc om een team neer te zetten dat zich naar alle situaties kan aanpassen. Dat team moet dus veerkrachtig zijn en doorzettingsvermogen hebben om te kunnen winnen. Zo zou je je organisatie dus moeten inrichten.”

De Vries: “Dat is het mooie van de FAUC-assessment (zie kadertekst) die we hebben ontwikkeld. Om in dezelfde symboliek te blijven: die meet de fitheid van het team. Je organisatie moet ‘fit’ zijn om op kansen en bedreigingen te kunnen reageren.”

Wat is in dit alles dan de rol van GloComNet en de FAUC-assessment?

Hoogduin: “We proberen mensen, bedrijven en overheden zodanig toe te rusten, dat ze in zo’n omgeving – waarin je niet weet waar de concurrentie mee komt of wat er in de politiek gaat gebeuren – kunnen floreren.”

Zanders sloot zich afgelopen jaar aan bij GloComNet. Hoe is dat ontstaan?

De Vries: “Met een samenwerking als deze kunnen wij onze kennis en dienstverlening verder verbreden en versterken. We kunnen erg goed rekenen, tot ver achter de komma, maar moeten het vooral ook vóór de komma goed doen. De wereld wordt steeds complexer, vooral als gevolg van technologische vernieuwingen, de snel groeiende wereldbevolking en sociale media.”

“Een stap terug om wendbaarder te worden”

Naber: “Het irriteert mij weleens, als econometrist, dat we denken dat met een paar kengetallen te beschrijven is hoe de wereld er over een paar jaar uitziet. En wat zijn de bedrijven die succesvol zijn? Dat zijn bedrijven die een cultuur gecreëerd hebben waarin ze heel snel kunnen reageren. Die tendens zie je ook: grote bedrijven worden steeds kleiner; een stap terug om wendbaarder te worden.

Een mooi voorbeeld: hoe ga je het besluit van BMW om de grote modellen in de VS te gaan fabriceren hedgen? Niemand heeft een idee wat de dollar gaat doen over tien jaar, maar als die erg goedkoop wordt, hebben ze meteen een heel grote automarkt. In plaats van een hedging-strategie hebben ze dus een strategie waarmee ze een zekere weerstand ingebouwd hebben – wat er ook gebeurt. En dat zie ik terug in de FAUC-assessment.”

Welke waarde voegt Zanders toe aan GloComNet?

Hoogduin: “We zeggen niet: gooi alle bestaande technieken maar weg. We zeggen: doe het complementair. Voor ons is het heel aantrekkelijk samen te werken met een partij die daar goed in is en bovendien veel slimme mensen heeft die helpen ons gedachtengoed verder te ontwikkelen. We hebben Zanders nodig om de vele interessante ideeën te verscherpen en er concrete producten van te maken. De FAUC-assessment was er niet geweest zonder onze samenwerking.”

Is de mens in staat om zelf heel complexe vraagstukken op te lossen?

Hoogduin: “De mens heeft niet alle kennis, een beperkte verwerkingscapaciteit en hij maakt fouten. Onze aanpak zegt niet dat je moet stoppen met het maken van modellen. Het onderscheid tussen een goed model en een vuistregel is minder scherp dan we denken. Het zijn instrumenten die ontwikkeld zijn om grip te hebben op de toekomst. Ze zijn alleen imperfect – dat moeten we ons goed realiseren. Je moet dus niet alleen met modellen werken, maar ook andere zaken meenemen.

“Het onderscheid tussen een goed model en een vuistregel is minder scherp dan we denken”

Het mensbeeld dat onder FAUC ligt, is de homo agens, de handelende mens die imperfect is en keuzes moet maken in een complexe, onzekere omgeving. Hij is zich daar van bewust en is dus erg alert om bij te kunnen sturen. De meer pretentieuze gebruiker van modellen is de homo economicus, die bij het oplossen van een probleem zijn handelen baseert op kansberekening. De FAUC gaat uit van twee heel wezenlijke inzichten: wat er ook gebeurt, je gaat verrast worden. En: je hebt niet alle kennis en informatie om een beslissing te nemen waar je nooit meer iets aan hoeft te doen.”

De FAUC is dus toepasbaar op een heel breed gebied?

Hoogduin: “In het boek Human Action beschrijft Ludwig von Mises de homo agens vanuit de menswetenschappen. Wat de beschaving mogelijk heeft gemaakt, hoe samenlevingen hebben kunnen ontwikkelen en hoe daar een soort orde is ontstaan ondanks dat we heel weinig weten. En het grappige is dat ontwikkeling betekent dat je steeds minder weet en steeds meer kan. Je hoeft heel weinig te weten om van de gespecialiseerde kennis van veel andere mensen gebruik te kunnen maken.”

Dit klinkt als een gekwantificeerde psychologische theorie.

Hoogduin: “Uitgangspunt van de theorie is dat er grenzen zitten aan wat je kunt kwantificeren. Mensen kunnen zich meerdere toekomsten voorstellen en die vergelijken. Je hebt een ordinale schaal, waarmee je kunt rangschikken, maar geen kardinale schaal, dus je kunt het niet meten en in een getal uitdrukken.”

Bestaat er dan wel objectiviteit?

Hoogduin: “Een aantal zaken is evident. Dat de toekomst onzeker is, is een logische zekerheid. Dat is onvermijdelijk, omdat we de capaciteit hebben om te leren en te innoveren. Een ander evident gegeven is dat mensen zeer verschillend zijn. De theorie zegt dat op basis van die uitgangspunten een orde ontstaat. Economie of sociale wetenschap is meer logica dan empirie in deze opvatting. Waarderingen zijn in deze theorie juist fundamenteel subjectief.”

Ontstaat die complexiteit dan door de subjectiviteit?

Hoogduin: “Nee, de complexiteit komt door de heterogeniteit. In de standaardtheorie wordt vaak gewerkt met representatieve subjecten, maar complexiteit komt voort uit het onbetwiste gegeven dat mensen in hun voorkeuren, bekwaamheden en kennis zeer verschillend zijn. En dat mensen met elkaar interacteren. Als mensen verschillend zijn, is er een voordeel van ruil, dus een basis voor het ontwikkelen van markten. Dat vereist basale zaken, zoals taal, een wetsysteem en geld.

“Complexiteit ontstaat dus vanuit het gegeven dat mensen verschillend zijn”

Daarmee heb je een beschaving, een markteconomie, een sociaal systeem. En zo’n systeem is complex, want dat is een verzameling heterogene, met elkaar interacterende elementen die op hun omgeving reageren. Complexiteit ontstaat dus vanuit het gegeven dat mensen verschillend zijn. Dat wijkt af van de standaard economie, waarin de homo economicus stabiel gedrag vertoont.

Ieder mens heeft zijn eigen omgeving en wordt met elkaar verbonden omdat er spelregels zijn – dat verklaart de patronen. Ook belangrijk is dat het een menselijk complex systeem is; mensen hebben bewustzijn en intenties. Dat betekent dat we als mens beperkingen hebben om onszelf – onze intenties – te begrijpen. De theorie is dus in hoge mate een logisch systeem met wat empirie erin, die je kunt toepassen op praktische vraagstukken. Anders dan een standaard theorie, met de intentie om aan de hand van een model te voorspellen, is dit in wezen toegepaste geschiedenis, waarbij je de intenties van de spelers gebruikt.”

De wetgeving stuurt naar homogeniteit. Komt die voort uit de complexiteit als gevolg van heterogeniteit?geme

“Juist het omgekeerde; de wetgeving behandelt verschillende dingen op dezelfde wijze en beïnvloedt daarmee de werking van het systeem. Concreter: de afgelopen decennia is de diversiteit in het financiële stelsel afgenomen; het is meer van hetzelfde geworden. Wat een instelling fit houdt, is dat deze veerkracht heeft, dus in staat is onverwachte klappen op te vangen. Het systeem is steeds eenvormiger geworden en daarmee kwetsbaarder; als de omstandigheden veranderen, heeft dat hetzelfde effect op iedereen.

“Het systeem is steeds eenvormiger geworden en daarmee kwetsbaarder”

De Nederlandse institutionele beleggers hadden een belangrijke rol in de veerkracht van het systeem; ze konden met een lange horizon op korte termijn klappen opvangen. Mede door het toezicht worden institutionele beleggers steeds meer behandeld alsof het banken zijn. Hun schokabsorptie voor het systeem is daardoor verdwenen. Benchmarking en informatieverstrekking door een beperkt aantal rating agencies heeft hetzelfde effect; een homogeen systeem is niet veerkrachtig en ondermijnt de efficiency van de financiële markten.”

Zijn benchmarks dan gevaarlijk voor de markten?

Hoogduin: “Ja, die maken het systeem kwetsbaarder. Stel je een wereld voor waarin alle financiële instellingen volstrekt identiek zijn in preferenties, informatie die ze gebruiken en de portefeuille die ze als gevolg daarvan hebben. Zolang dat is afgestemd op dat wat feitelijk gebeurt, gaat het goed. Maar er zal altijd iets onverwachts gebeuren. Iedereen past dan zijn portefeuille aan en wie is dan de tegenpartij? De centrale bank. Het enige wat dan van belang is, is wat de centrale bank gaat doen. Dan heb je een pervers financieel systeem waarin de markten niet werken.”

Is het besef er dan bij het toezicht dat die homogeniteit niet goed is?

Hoogduin: “Het toezicht is erg risico-georiënteerd en relatief eenvormig. De stelling is dat banken kapitaal moeten aanhouden als buffer tegen risico. Daar is geen enkele theoretische fundering voor.
Want dan zou je alles kunnen verzekeren als er stabiele kansberekeningen zijn. Buffers heb je nodig om veerkrachtig te zijn bij onzekere gebeurtenissen.”

De FAUC-assessment
Sociale complexiteit en onzekerheid hebben een steeds grotere impact op de wereld. Ter aanvulling op de traditionele technieken vereist dit een nieuwe benadering om effectief te kunnen handelen. Het Framework for Acting under Uncertainty and Complexity (FAUC) helpt organisaties effectief om te gaan met complexiteit en onzekerheid. Op basis van dit raamwerk hebben GloComNet en Zanders de FAUC-assessment ontwikkeld. De FAUC-assessment diagnosticeert de fitheid van een organisatie op basis van vijf belangrijke capaciteiten: ondernemerschap, alertheid, aanpassingsvermogen, veerkracht en creativiteit. Dit geeft helder inzicht in de sterke en zwakke punten van de organisatie, mede aan de hand van workshops en een webbased vragenlijst. Het resulterende rapport biedt aanbevelingen die kunnen worden gebruikt als leidraad bij alle aspecten van de bedrijfsvoering of beleidsontwikkeling.

MEER INFORMATIE VINDT U IN DE FAUCTM BROCHURE.