Grote maatschappelijke opgaven verdienen publieke fondsen

Grote maatschappelijke opgaven verdienen publieke fondsen

Met de oprichting van onder meer InvestNL (EUR 1,7 miljard) en het Nationaal Groeifonds (EUR 20 miljard) leek de populariteit van publieke fondsen in Nederland het afgelopen jaar in een stroomversnelling te geraken.

Uit het nieuwe coalitieakkoord blijkt echter dat er verdere plannen op tafel liggen voor een klimaat- en transitiefonds en een transitiefonds voor de landbouw ter grootte van respectievelijk EUR 35 miljard en EUR 25 miljard.1 Hoewel het gebruik van dergelijke fondsen niet nieuw is, lijkt het hek nu echt van de dam. Waarom zijn publieke fondsen nu zo geschikt om de financiering van grote maatschappelijke vraagstukken te faciliteren?

Tekenend voor de huidige, grote maatschappelijke opgaven is de noodzaak om het probleem aan te pakken met verschillende stakeholders. Een kenmerkend voorbeeld is de grote uitdaging op het gebied van verduurzaming. Een top-down benadering vanuit het Rijk zou niet efficiënt genoeg zijn, te weinig draagvlak creëren en niet innovatief genoeg zijn. Tegelijkertijd stranden veel private initiatieven door een gebrek aan financiering, omdat deze te risicovol worden bevonden, en elkaar vaak overlappen en beconcurreren. Hier is een bepaalde mate van centrale regie en toezicht meer dan wenselijk.

Mogelijkheid tot cofinanciering

Een van de grootste voordelen van een fonds is dat het als losstaande entiteit uitermate geschikt is voor een publiek-private samenwerking (PPS). Een investering van publiek geld mitigeert risico, waardoor ook private investeringen worden uitgelokt. De oprichting van een fonds ligt bij een overheidsorgaan, welke kan signaleren waar de behoeftes het grootst zijn, zodat de kans op marktverstoring het kleinst is. Het beheer ligt op afstand bij private partijen, die vaak beschikken over meer kennis en kunde, een groter netwerk en minder gebonden zijn aan regulering en besluitvormingsprocedures. Doordat er in een dergelijke PPS meerdere stakeholders bij elkaar worden gebracht, kan er meer draagvlak worden gecreëerd. Daarnaast hebben de verschillende stakeholders andere inzichten, waardoor er ook meer innovatie wordt gestimuleerd. Bovendien is cofinanciering enkel mogelijk wanneer het beheer wordt uitbesteed aan een externe partij.

Levensvatbaarheid van projecten

De overgang van subsidies naar fondsen is de afgelopen jaren in een stroomversnelling geraakt. Met name revolverende fondsen hebben hierbij een belangrijke plek ingenomen. Kenmerkend voor een revolverend fonds is dat het niet subsidieert, maar investeert middels participaties in bedrijven, het verstrekken van leningen of het afgeven van garanties. Uitgangspunt hierbij is dat de financiële middelen terug moeten vloeien naar het fonds, waardoor – anders dan bij subsidies – met hetzelfde geld opnieuw geïnvesteerd kan worden. Hierdoor kun je met hetzelfde geld meer impact realiseren. Omdat het geld moet worden terugbetaald, is het waarschijnlijker dan bij andere beleidsinstrumenten dat er wordt geïnvesteerd in projecten met een ‘positieve businesscase’, waardoor de kans op levensvatbare projecten groter is. Hiermee dwingt een fonds een bepaalde mate van zekerheid af.

Gewenste flexibiliteit

PPS’en bestaan sinds jaar en dag. Veelal gaat dit om samenwerkingen waarbij de overheid de verantwoordelijkheid draagt en de uitvoering besluit uit te besteden aan private ondernemingen. Een dergelijke aanpak kan goed werken bij ingekaderde vraagstukken met een duidelijk einddoel, zoals de aanleg van infrastructuur of het woningprobleem.

De enorme maatschappelijke uitdagingen waar Nederland nu voor staat, zijn erg complex, kennen veel verschillende raakvlakken en hebben vaak een doorlopend karakter. Dit vraagt om flexibele financiering met een brede scope, om het vraagstuk vanuit verschillende perspectieven te kunnen benaderen.

Een subsidie wordt juist gekenmerkt door inflexibiliteit. Aan een fonds kan een breder mandaat worden verleend, waardoor het zich beter leent om op verschillende manieren financiering te verstrekken aan de verschillende soorten stakeholders. Doordat een fonds ook een langduriger karakter kent dan klassieke subsidies, is er bovendien meer tijd voor eventuele bijsturing.

Ook geldt dat fondsen veelal investeringen verstrekken middels privaatrechtelijke overeenkomsten en niet middels publiekrechtelijke beschikkingen. Een van de verschillen tussen deze typen is dat er bij een privaatrechtelijke overeenkomst minder administratieve handelingen hoeven te worden verricht. Door het gebruik van privaatrechtelijke overeenkomsten kan er zodoende sneller impact worden gerealiseerd. Dit maakt het fonds, en haar beleid, wendbaarder en kan nieuw beleid sneller tot uitvoering worden gebracht.

De toekomst van publieke (revolverende) fondsen

Het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV laat zien dat Nederland de aankomende jaren meer gebruik zal gaan maken van publieke (revolverende) fondsen om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Nederland streeft ernaar om bij grote transities op het gebied van energie, mobiliteit, landbouw en duurzaamheid voorop te lopen. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat in de nabije toekomst nieuwe fondsen worden ingezet om andere maatschappelijke opgaven, zowel op centraal niveau als op decentraal niveau aan te pakken.

Bent u naar aanleiding van dit artikel geïnteresseerd in de werkzaamheden die Zanders verricht voor verschillende fondsen? Of bent u benieuwd naar wat Zanders voor u kan betekenen? Neem dan contact op met Koen Reijnders of Hendrik Pons.

 

1 Coalitieakkoord 2021 – 2025: “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”.