Gebruik renteontwikkeling en -visie bij treasurybesluiten

Gebruik renteontwikkeling en -visie bij treasurybesluiten

Onzekerheden over de renteontwikkeling en het gebruik van een rentevisie spelen vaak een prominente rol bij het nemen van besluiten over het afsluiten van leningen, beleggingen en rentederivaten.

De huidige Handreiking Treasury 2015 voor gemeenten stelt (terecht) dat voor het nemen van een onderbouwde treasurybeslissing het van belang is om in ieder geval de volgende zaken in ogenschouw te nemen:

  • liquiditeitsplanning op korte en middellange termijn;
  • inzicht in kansen/risico’s bestaande portefeuilles (o/g, u/g en garanties);
  • rekening-courant structuur en condities;
  • saldo-informatie banken;
  • rentestructuur en rentevisie.

Het gebruik van een rentevisie bij het nemen van besluiten op het gebied van treasury vraagt – in het licht van de hervonden lessen van de afgelopen jaren – om nog meer behoedzaamheid. De meest recente kredietcrisis, waar we langzaam weer uit aan het krabbelen zijn, heeft opnieuw geleerd dat voorspellen moeilijk is, vooral als het de toekomst betreft.

De lessen die getrokken zijn uit de problemen rond rentederivaten bij woningcorporaties hebben ertoe geleid dat het nemen van besluiten op basis van een rentevisie in die sector ongeveer gelijk staat een bestuurlijke doodzonde.

De Handreiking Treasury 2015 voor gemeenten stelt dat een rentevisie voor gemeenten een hulpmiddel kan zijn bij het nemen van besluiten over het indekken van toekomstige renterisico’s. Een zeer belangrijke voorwaarde bij deze besluiten is dat er (voldoende) zekerheid bestaat over de omvang van het toekomstige renterisico. Gaat het bijvoorbeeld om een investering, een herfinancieringsbehoefte, voorziene overliquiditeit of belegging, of een renteherziening?

Gezaghebbende instanties

In de oude Handreiking Treasury voor gemeenten uit 2000 stond vermeld dat de rentevisies en rentescenario’s van gemeenten gebaseerd konden zijn op de rentevisies van gezaghebbende instanties (zoals banken). De praktijk leert dat dit bij veel gemeenten nog steeds gebeurt. Op zich is daar niets mis mee. Maar juist vanwege de hervonden belangrijke lessen van de afgelopen jaren, is ook extra waakzaamheid geboden bij het gebruik van rentevisies van gezaghebbende instanties.

Ook gezaghebbende instanties kunnen de ontwikkeling en hoogte van de rente onvoldoende betrouwbaar voorspellen. De toekomstige ontwikkeling van rentetarieven is met veel onzekerheden omgeven en wordt sterk beïnvloed door onvoorspelbare (vaak internationale, politieke, onverwachte) invloeden en gebeurtenissen. Banken en andere marktpartijen die rentevisies afgeven, varen daar zelf ook niet blind op. Ook voor de ontwikkeling van de rentetarieven geldt: ‘Rendementen in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’.

Liquiditeitsspreads

Daarbij komt dat de rentevisies van banken sinds het ontstaan van de zogenaamde ‘liquiditeitsspreads’ als gevolg van de kredietcrisis onvolledig zijn. Rentevisies van banken gaan niet in op de ontwikkeling van deze liquiditeitsspreads, maar hebben alleen betrekking op de ontwikkeling van de referentierentetarieven, zoals de driemaands Euribor en de tienjaars swap, zonder de liquiditeitsspreads. Dat maakt rentevisies van banken in het huidige tijdsgewricht nog minder bruikbaar voor het formuleren van een eigen rentevisie. Ondanks dat de liquiditeitsopslagen het afgelopen jaar zijn afgenomen en op dit moment redelijk stabiel zijn, is de impact van de liquiditeitsspreads op de hoogte van de rentetarieven van leningen voor decentrale overheden voor rentevaste looptijden nog steeds relatief aanzienlijk.

Vanuit een leensituatie (waar de meeste gemeenten in verkeren) wordt ‘renterisico’ doorgaans gedefinieerd als de kans dat rentetarieven gaan stijgen. De keerzijde daarvan is dat rentetarieven mogelijk (toch) gaan dalen. Het tot nul reduceren van renterisico’s betekent tegelijk dat de kans om toch nog een lagere rente te mogen betalen in de toekomst ook tot nul wordt teruggebracht. Bij het formuleren van renterisicobeleid moet worden gezocht naar een balans tussen enerzijds het reduceren van de kans dat rentelasten hoger worden en anderzijds het ruimte laten voor de kans dat rentelasten lager worden. Het actief en welbewust handelen op renteverwachtingen en rentevisies zonder vooraf geformuleerde kaders voor het renterisicobeleid, betekent dat bewust het risico wordt genomen dat de rentetarieven zich in werkelijkheid (toch) ongunstiger of gunstiger dan verwacht gaan ontwikkelen.

Belangrijk afgeleide doelstelling van de huidige wettelijke kaders rond renterisicomanagement (zoals kasgeldlimiet en renterisiconorm) is dan ook het streven naar begrotingsstabiliteit door het beperken van blootstelling (exposure) aan de onzekere ontwikkeling van de rente.

Risicospreiding

Individuele marktpartijen (zoals gemeenten) hebben geen invloed op de renteontwikkeling. De enige zekerheid voor hen is de ‘rentemarkt van vandaag’. Individuele marktpartijen zijn niet in de positie te markt te ‘verslaan’ en hebben doorgaans geen andere keus de markt te volgen. De in de praktijk meest pragmatische next best-optie is het formuleren en invullen van het renterisicomanagement aan de hand van een aantal algemene geldende uitgangspunten en handvatten binnen vooraf vastgestelde kaders. Een belangrijk adagium bij renterisicomanagement is: “Risico spreiden is risico mijden”, door het spreiden van looptijden en vervaldata van leningen, beleggingen en rentederivaten. De logische gedachte daarachter is dat spreiding van looptijden leidt tot spreiding van momenten waarop nieuwe rentetarieven – door het jaar en over de jaren heen – vastgesteld gaan worden. Dat leidt tot spreiding van het risico dat onverhoopt een hogere rente betaald moet worden. Tegelijk leidt het tot eventuele spreiding van de kans dat toch een lagere rente benut kan worden. Theoretisch leidt spreiding van looptijden tot spreiding van de effecten van hogere en lagere rentestanden door de jaren heen. Dat is in feite ook de gedachte achter de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

De functie van kaders

Alles overwegend kan, met inachtneming van de geldende kaders van het renterisicobeleid, (toch) besloten worden tot het fixeren van rentelasten voor kortere of langere looptijden in het licht van de mogelijkheden van de rentemarkt van vandaag en tegen de achtergrond van rentevisies van marktpartijen.

Decentrale overheden worden geacht ‘prudent’ met renterisico’s om te gaan. De huidige wet en handreiking geven daarvoor kaders en handvatten, zoals de kasgeldlimiet en renterisiconorm. De verleiding kan groot zijn om in tijden van grote financiële druk op de exploitatie van decentrale overheden ruimte te zoeken in de mogelijkheden die de rentemarkt biedt. De functie van vastgestelde kaders voor renterisicomanagement is juist om de verleidingen tot het zoeken van meer ruimte in te kaderen tot wat verantwoord wordt geacht. Uitgangspunten als ‘prudentie’ en ‘begrotingsstabiliteit’ dienen daarbij niet uit het oog te worden verloren. Eén van de lessen van de recente kredietcrisis is dat het zoeken van meer ruimte en het oprekken van de grenzen leidt tot het nemen van meer risico en hogere kosten.

Rentemissie

Zoals aangegeven nodigt de huidige Handreiking Treasury uit tot het gebruik van ‘rentescenario’s’. Dat is een geschikte en in andere sectoren veel gebruikte methode om beter inzicht te krijgen in de effecten van renteontwikkelingen op de financiële exploitatie. Interne benchmarks daarbij zijn: de huidige gemiddelde rentevoet op leningen, de omslagrente in de begroting en de financieringsrente in begroting.

Rentevisies zijn niet geschikt voor het behalen van een maximaal rendement of minimale kosten, maar dienen in het beste geval als ondersteuning bij het streven naar spreiding van renterisico’s en stabilisatie van rentekosten over de jaren. Het formuleren van een rentedoelstelling of ‘rentemissie’ (op basis van verkenning van de effecten van de rentescenario’s op de eigen financiële exploitatie) en vervolgens actief gebruikmaken van de mogelijkheden van de actuele rentemarkt om dit binnen daarvoor verantwoord vastgestelde kaders te bereiken, wordt door veel marktpartijen als de meest pragmatische, best haalbare aanpak gezien.

Wij helpen u aan de hand van onze ervaring daarmee graag, op een praktische en pragmatische manier mee op weg.