De ‘Financial Supply Chain’

Bedrijfsleven bepaalt benchmark handelsfinanciering

De ‘Financial Supply Chain’

Als reactie op de financiële crisis in 2008 en de daaropvolgende economische neergang zijn bedrijven zich meer gaan focussen op liquiditeit die vastzit in de ‘Financial Supply Chain’ (FSC). Door de heersende kredietkrapte op de financiële markten zagen bedrijven zich genoodzaakt op zoek te gaan naar ‘nieuwe bronnen’ van liquiditeit en verbetering van het werkkapitaal. Deze zoektocht bracht hen onder meer bij de strategische relatie tussen afnemers en leveranciers.

Voor alle partijen in de FSC geldt dat zij streven naar verbetering van het werkkapitaal door de vertraging van te betalen bedragen aan leveranciers (days payables outstanding – DPO) te maximaliseren, het aantal dagen aan bij klanten uitstaande vorderingen (days sales outstanding – DSO) te minimaliseren en eveneens dagelijkse voorraden (days inventory outstanding – DIO) te verminderen.

Klanten en leveranciers vragen echter om stipte levering, hetgeen een minimaal voorraadniveau vereist en een tijdige betaling van goederen en diensten. Corporate Treasurers zijn naarstig op zoek om bovenstaande, uiteenlopende en vaak tegengestelde doelstellingen van optimalisering van het werkkapitaal te realiseren zonder dat voorraadniveaus omlaag gaan.

Omdat leveranciers zo zitten te springen om tijdige betaling, geven zij hun afnemers een korting als die vervroegd betalen. Daardoor komt de afnemer voor de keuze te staan om het bedrijfsresultaat of de vrije cash flow te stimuleren. Als hij namelijk een leverancier vervroegd betaalt en daarvoor een kortings ontvangt, wordt de winstmarge groter, maar wordt het werkkapitaal juist kleiner. Met speciale kortingsprogramma’s voor vervroegde betaling wordt getracht dit dilemma te beperken.

Een afnemer kan voor de financiering van dergelijke programma’s gebruik maken van kasgelden of van niet-werkkapitaal gerelateerde overschotten van liquide middelen. De meeste programma’s worden echter gefinancierd met externe kredieten gebaseerd op de credit rating van de afnemer. Hierdoor ontvangt de afnemer als gevolg van de financieringskosten weliswaar niet de volledige leverancierskorting, maar wordt er wel voor gezorgd dat de FSC financieel ondersteund wordt, waarmee het risico op falen van cruciale leveranciers afneemt. In feite werpt een afnemer zijn strategische leveranciers op deze manier een reddingslijn toe in de vorm van gunstigere kredietvoorwaarden voor de korte termijn.

Vanuit het aankoopbeleid gezien heffen deze FSC-programma’s feitelijk het ‘financieringsgat’ op, doordat leveranciers op tijd het geld krijgen en de afnemer tegelijkertijd zijn DPO kan oprekken en zodoende zijn werkkapitaal kan verbeteren. Vanuit een verkoopoptiek kan het doel zijn om de DSO te verminderen en/of de debiteurencyclus te versnellen. Dit kan worden bereikt met soortgelijke kortingsprogramma’s voor vervroegde betalingen of met de verkoop van vorderingen, bijvoorbeeld door middel van factoring- of -forfeitingprogramma’s.

Bedrijfsdoelstellingen in beweging

We zien tegenwoordig dat corporates steeds meer opschuiven van optimalisering van het werkkapitaal naar optimalisering van de afnemerleverancierrelaties en het genereren van kortetermijnrendementen op de beschikbare liquide middelen. Met name bedrijven die ruim bij kas zitten, zijn niet op zoek naar bronnen van liquiditeit, maar eerder naar de beste benutting van de vrije cashflow die beschikbaar is in de FSC. Deze ‘pioniers’, zoals bijvoorbeeld Volvo, Siemens en HP, proberen het liquiditeitsbeheer van hun (strategische) leveranciers te ondersteunen om zo verzekerd te zijn van een betrouwbare bevoorrading. Hun streven naar duurzame en langdurige afnemer-leveranciersrelaties leidt tot de vraag naar oplossingen en technologie waarmee zij rechtstreeks zaken kunnen doen met de leveranciers. Dit is dan ook de reden waarom zij banken, die niet bereid zijn om krediet te verstrekken aan ‘onbekende’ leveranciers of leveranciers met een lage rating, links laten liggen.

Hoewel er nu voorzichtig sprake is van financieel en economisch herstel, staan handelsfinanciering en integratie van de FSC onverminderd hoog op de agenda van de corporate Treasurer. Wellicht zijn we getuige van een paradigmaverschuiving waarbij niet banken maar corporates de benchmark zetten voor handelsfinanciering.