Sectorbanken en lagere overheden vinden elkaar

Sectorbanken en lagere overheden vinden elkaar

Vanaf 2018 moeten alle banken in Europa voldoen aan nieuwe Basel III-regels met betrekking tot kapitaalpositie en balansratio’s. Ook Nederlandse sectorbanken, zoals BNG Bank en NWB Bank. Zij zijn daarom al in 2014 een traject gestart om hun kapitaalposities te verbeteren. Het vermogen van een aantal provincies en gemeenten bleek hierbij een oplossing te bieden.

Net als de ‘commerciële’ banken moeten de BNG bank en NWB Bank ervoor zorgen dat ze binnen twee jaar aan de kapitaalsvereisten van de ECB voldoen. Nieuw hierin is de leverage ratio. Deze houdt geen rekening met de solvabiliteitsvrije status van hun leningen aan overheden, of met borging van overheden. Daarmee worden beide sectorbanken extra getroffen. De leverage ratio van BNG Bank lag ultimo 2014 op 2,1 procent, die van NWB op 1,8 procent, bij een –nog nader vast te stellen, maar op basis van de huidige regelgeving – ondergrens van 3 procent per begin 2018. Met andere woorden: er is extra kapitaal nodig.

Contigent Capital Instruments

Er zijn meerdere manieren mogelijk om het kapitaal uit te breiden. Naast de reeds toegepaste winstinhouding kunnen bijvoorbeeld extra aandelen worden uitgegeven. Beide banken besloten voor een ander instrument te kiezen: de ‘hybride lening’. Dit is een lening die de eigenschappen van vreemd vermogen combineert met de eigenschappen van eigen vermogen. Mits de lening aan een aantal strenge eisen voldoet, mag deze tot het Tier 1-kapitaal van de bank worden gerekend. Een hybride lening is een vorm van een contingent capital instrument .

In noodgevallen (‘contingencies’) converteert de lening automatisch in aandelenkapitaal, óf wordt door middel van afschrijving op de lening de schuldenlast verlaagd, tegen vooraf overeengekomen condities. De hybride lening is in principe eeuwigdurend, maar wel ‘callable’ (aflosbaar) op initiatief van de bank, na een periode van ten minste 5 jaar. Aflossing op de eerste call datum is gebruikelijk voor dit soort leningen. Daarnaast is deze lening achtergesteld; de schuldeiser loopt een hoger risico dat hij een deel van de lening niet krijgt terugbetaald.

Het eigen vermogen van een bank, waarmee de leverage ratio wordt bepaald, bestaat uit CET 1-kapitaal en AT 1-kapitaal, samen Tier 1-kapitaal genoemd. De hybride lening levert AT 1-kapitaal en levert dus een bijdrage in versterking van de leverage ratio. CET 1-kapitaal wordt gehanteerd in relatie tot de risicogewogen activa: de zogenaamde ‘kernkapitaal ratio’. Hierop scoren BNG en NWB met 25% resp. 75%, bij een relevante ondergrens van 5,125%, zeer gunstig.

Voor de hybride leningen van BNG Bank en NWB bank is gekozen voor de afschrijvingsvariant. Oftewel, op de hoofdsom van de lening wordt afgeschreven zodra de CET-ratio onder 5,125% komt. Er zal niet worden geconverteerd naar aandelen. Als eenmaal op de hoofdsom is afgeschreven, mag de hybride lening niet ‘vrijwillig’ door de geldnemer worden afgelost. Dat houdt in dat het afgeschreven bedrag op basis van de CET-ratio, eerst weer zal moeten worden bijgeschreven, voordat de bank tot vrijwillige aflossing kan overgaan. Ook kan er afschrijving plaatsvinden op last van de toezichthouder.

Deze laatste afschrijving is permanent. Voor de geldgevers vormt afschrijving het belangrijkste risico. In dat geval worden de toekomstige rentebetalingen ook berekend over de verlaagde hoofdsom. Rentebetalingen zijn volledig discretionair. Dat wil zeggen dat de bank de vrijheid heeft om te besluiten rentebetalingen over te slaan. Daarnaast zijn rentebetalingen potentieel aan restricties onderhevig, indien de bank (deels) niet aan de kapitaalsvereisten voldoet.

Verschillen

Er zijn echter verschillen – niet alleen tussen beide banken, maar ook in de leningsvoorwaarden. De hybride lening van de NWB Bank is een pure onderhandse lening. Er is geen mogelijkheid tot beursnotering. De hybride lening van de BNG Bank is een ‘private placement’ van een publieke lening. Er bestaat, op initiatief van de geldgevers, een mogelijkheid tot beursnotering. Bij BNG bank zijn er uitzonderingen op de verplichte bijschrijving voordat vrijwillig afgelost mag worden, aansluitend bij de voorwaarden zoals deze ook gehanteerd worden bij andere bestaande beursgenoteerde hybride leningen.

“Er zijn echter verschillen – niet alleen tussen beide banken, maar ook in de leningsvoorwaarden”

Deze uitzonderingen betreffen externe omstandigheden, te weten de bronbelasting-, de belastingaftrekof de kapitaalgebeurtenis. Ook de rentecoupon van de leningen verschilt per bank, hetgeen mede het gevolg is van verschillen in de modaliteiten maar ook in de rentevaste periode. De rente van NWB staat 10 jaar vast, die van BNG 5,5 jaar. Na die termijn kan de bank kiezen voor aflossing.

Ook in marktbenadering verschilden de banken bij de invulling van de hybride lening ter versterking van de kapitaalpositie. Beide sectorbanken kozen voor een benadering waarbij zij hun ‘klantgroep’ – de publieke sector – benaderden met hun propositie. Hierdoor blijft een hogere rentevergoeding ten opzichte van niet-achtergestelde schuld die de banken moeten betalen voor dit kapitaal behouden binnen de publieke sector. Waar NWB Bank een beperkt aantal provincies (Friesland, Groningen, Limburg en Noord-Brabant) benaderde, deed BNG Bank dit via het IPO treasurers overleg bij de twaalf provincies tegelijkertijd en benaderde zij tevens enkele gemeenten. Zeven provincies en drie gemeenten toonden daarbij serieuze interesse. De keuze van BNG bank om lagere overheden te benaderen, vloeide voort uit het feit dat zij aandeelhouders zijn van de bank én beschikken over ruime overliquiditeit.

Publieke taak

Sinds 2012 geldt de verplichting voor lagere overheden om alle middelen die niet direct nodig zijn voor uitoefening van de publieke taak aan te houden bij het Ministerie van Financiën, ‘schatkistbankieren’ genaamd. Financiële steun aan sectorbanken is echter een uitzondering op deze verplichting. Dit is tijdens het traject nogmaals getoetst met de toezichthouder, het Ministerie van Binnenlandse Zaken (in samenspraak met Financiën). “En bij dit instrument snijdt het mes echt aan twee kanten”, zegt Thijs Spijkers van Provincie Noord-Brabant.

“De vergoeding is aanzienlijk beter dan bij de andere mogelijkheden onder verplicht schatkistbankieren”

“De sectorbanken blijven in staat om hun kerntaak uit te voeren: het efficiënt financieren van de publieke sector. De BNG Bank en de NWB Bank financieren de publieke sector in Noord-Brabant aantoonbaar. De provincie Noord-Brabant beschikt over een vermogen dat over een zeer lange periode in stand moet blijven en kan door inzet hiervan in de hybride leningen prima invulling geven aan de publieke taak. De deelnemers ontvangen een redelijke, marktconforme vergoeding die aanzienlijk beter is dan bij de andere mogelijkheden onder het verplichte schatkistbankieren.”

Triple A-rating

Een aantal provincies en gemeenten, die serieuze interesse toonden in de hybride leningen, vroeg Zanders om hen in het traject te begeleiden. In eerste instantie moest het product, met alle risico’s die erbij komen kijken, uitvoerig bij de verschillende provincies en gemeenten worden toegelicht. Een gunstig uitgangspunt daarbij was uiteraard de triple A-rating waarover beide banken beschikken. Daarnaast werd uitvoerig stilgestaan bij de mogelijkheden van eventuele afschrijving op de lening. Aangezien er sprake is van ‘gestaffelde kansen’ voordat een lening waarop op de hoofdsom is afgeschreven mag worden afgelost, is het risico op het niet terug ontvangen van de hoofdsom zeer klein.

Vervolgens voerde Zanders namens de provincies en gemeenten de onderhandelingen met beide banken. Deze onderhandelingen golden allereerst de voorwaarden en daarna het daarbij behorende rentetarief. Voor het rentetarief werd een benchmarkanalyse uitgevoerd en gebruikgemaakt van het loan pricing-model van Zanders. Nadat de onderhandelingen tussen de banken en financiers waren afgerond en de rente was vastgesteld, bleek dat alle vier de door de NWB Bank benaderde provincies wensten deel te nemen aan de hybride lening.

Aan de hybride lening van de BNG Bank namen een zestal provincies, de vier genoemde en daarnaast Overijssel en Gelderland, deel. Van de drie gemeenten, heeft uiteindelijk één gemeente deelgenomen. “De ondersteuning en adviezen van Zanders waren van een hoog niveau”, vindt Ron Uljee van Gemeente Teylingen. “Dat wekte vertrouwen. Zonder die ondersteuning hadden we het waarschijnlijk niet tot een goed einde kunnen brengen.”

Rendementseis

Uiteindelijk plaatsten de beide banken bijna EUR 625 miljoen bij de provincies en gemeente Teylingen. “De Provincie Limburg heeft zowel geparticipeerd in verstrekking van een hybride lening aan de BNG als aan de NWB”, vertelt Loek Tax, treasurer van Provincie Limburg. “Dergelijke uitzettingen zijn wettelijk alleen mogelijk vanuit de publieke taak. Provinciale Staten hebben helder aangegeven dat de sectorbanken deze taak per definitie vervullen. De keuze voor hybride leningen is echter ook mede bepaald uit oogpunt van een rendementseis op provinciale middelen.

Beide trajecten zijn vanaf de beginfase van kennisoverdracht tot en met de finale onderhandelingsfase voor een consortium van een aantal provincies zeer professioneel gemanaged door Zanders”, aldus Tax.

“Provinciale Staten hebben helder aangegeven dat de sectorbanken de publieke taak per definitie vervullen”

“Door de sterke positie die de NWB Bank en BNG Bank hebben, is het risico op deze leningen voor ons beperkt en aanvaardbaar”, zegt Spijkers. “Die risico’s, hoe klein ook, bestaan wel. Het zou daarom niet verstandig zijn om het totale beschikbare vermogen in deze leningen uit te zetten. Ook moet je goed kijken of de uitgezette middelen op de call-datum zeker weer beschikbaar moeten zijn. Ook dat kan een afweging zijn voor terughoudendheid bij deze leningen.”

Nieuwe lening?

Per ultimo 2015 bedroeg de leverage ratio van BNG Bank en van NWB Bank, mede als gevolg van de plaatsing van de hybride leningen, 2,6% resp. 2,1%. Om te voldoen aan de leverage ratio hebben beide banken meer kapitaal nodig. Er worden daarom door de banken voorbereidingen getroffen voor uitgifte van nieuwe hybride leningen in 2016/2017. Er vindt echter ook overleg plaats om sectorbanken (‘promotional lender banks’) op Europees niveau anders te behandelen dan de meer risicovolle commerciële banken. Hiertoe voert de Europese Banken Autoriteit momenteel onderzoek uit.

Als de lobby succesvol is, hoeven beide banken wellicht in 2017 geen aanvullend kapitaal in de vorm van dergelijke hybride leningen meer aan te trekken. Er wordt dus door zowel door banken als door de betrokken overheden met argusogen gekeken naar de ontwikkelingen op dit gebied.