Expert opinion: Dick Sluimers APG
Over de dekkingsgraad op dagkoers bij pensionfondsen
Dick Sluimers staat aan het hoofd van APG. Met een beheerd vermogen van 230 miljard euro voor diverse fondsen is APG een speler van belang in de pensioenwereld.
Sluimers zou graag af willen stappen van de dagelijks vastgestelde dekkingsgraad waar pers, politiek en toezichthouders voortdurend op focussen.
“Het is natuurlijk interessant om de dagelijkse waarde van een pensioenfonds te weten. Maar wat is de relevantie?”
“Dit voorjaar lagen de dekkingsgraden van de grote pensioenfondsen tussen de 80 en 90%, terwijl medio 2007 de dekkings graden gemiddeld rond de 145% schommelden. Dat is bijna een halvering, die hard is aangekomen.
We hadden als uitvoerders wel verwacht dat 2008 een slecht jaar zou worden. Daarvoor waren de rendementen in 2003 tot en met 2007 ook wel erg hoog geweest. De groei van het door ons beheerde vermogen lag zelfs boven de jaarlijkse groei van de Nederlandse economie. Dat was niet echt houdbaar. Maar dat het zo hard omlaag zou gaan, hadden we niet verwacht. Zeker toen Lehman Brothers onderuit ging, is het wel heel snel naar beneden gegaan.
“Je kunt alles borgen, maar uiteindelijk ben je volstrekt afhankelijk van degene die voor ons in Amerika wel of niet in Asset Backed Securities besluit te stappen.”
Voor grote pensioenfondsen is het dan lastig om de beleggingsportefeuille onmiddellijk ingrijpend aan te passen. Het gaat om honderden miljarden euro’s. In dat opzicht is het beheer van zulke vermogens te vergelijken met het besturen van een mammoettanker. De daling van de dekkingsgraden is overigens maar voor een kwart veroorzaakt door een vermindering van het vermogen. Drie kwart van de daling komt door een lagere rente. Het is dus vooral een kwestie van boekhouden.
Mensen horen ‘de dekkingsgraad’ en denken dat het een in steen gehouwen gegeven is. Maar eigenlijk moet je eerst eens goed kijken naar de manier waarop zo’n dekkingsgraad tot stand komt. De dekkingsgraad wordt berekend op basis van een risicovrij rendement. We doen bij wijze van spreken alsof we alle beleggingen verkopen en de rest van ons leven in obligaties gaan beleggen met een rendement van 3.8 procent. Dan krijg je een dekkingsgraad die je altijd haalt.
Beleg je daarentegen wat meer in aandelen en verdien je meer dan 3.8 procent, dan neemt je dekkingsgraad weer snel toe. In die zin is het dus een soort van minimum dekkingsgraad. Op zich is het natuurlijk prima om veiligheidshalve aan de onderkant te gaan zitten, zolang je maar beseft dat het de onderkant is.
Over APG en Dick Sluimers
APG (Algemene Pensioengroep) voert collectieve pensioenregelingen uit voor deelnemers uit het onderwijs, de overheid, de bouw, het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf, woningcorporaties en energieen nutsbedrijven. Voor deze sectoren beheert APG zo’n 205 miljard euro pensioenvermogen (per 30 juni 2009).
APG werkt voor meer dan twintigduizend werkgevers en verzorgt het inkomen van meer dan vier miljoen deelnemers. In Nederland beheert APG ruim 30% van alle collectieve pensioenen.
Bestuursvoorzitter Dick Sluimers (1953) studeerde economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en politieke wetenschappen aan de UvA. Alvorens Sluimers in 1997 aan de slag ging bij ABP en daarna bij APG was hij directeur-generaal van de rijksbegroting bij het ministerie van Financiën.
Nadeel is echter dat deze dekkingsgraad erg gevoelig is voor de rente. Zo zagen we in december 2008 de rente binnen enkele dagen meer dan honderd basispunten fluctueren. De ene dag kan een groot fonds dan tien à twintig miljard armer zijn en de volgende dag weer rijker. Dat is dan misschien wel boekhoudkundig waar, maar in werkelijkheid uiteraard niet. En daar gaat het op de lange termijn om.
Vandaar ons voorstel om voor de rente een 7-jaars gemiddelde te nemen. Dan kom je alle goede en slechte jaren tegen en hou je de uitslagen veel beperkter. Het is wellicht erg interessant om de dekkingsgraad op dagwaarde te berekenen, maar voor de pensioenfondsen die op een termijn van tientallen jaren beleggen, is de waarde daarvan betrekkelijk.
Pensioenfondsen en hun uitvoerders zijn in feite marathonlopers. En die kijken ook niet om de vijf minuten op hun horloge. Dat doen ze om de vijf kilometer. Wij moeten dat ook niet doen. Anders krijg je een heel verkeerde benadering van beleggingsbeleid bij pensioenfondsen.
Zo werkt het niet
Laten we oppassen dat we in het licht van de crisis niet alleen nog maar risicoloos willen gaan ondernemen en beleggen. Want dan heb ik een hele vervelende mededeling: zo werkt het niet. Als je bereid bent om ruwweg 20 procent van je inkomsten aan pensioenpremie te betalen, dan kun je vrij simpel uitrekenen dat het pensioenfonds ongeveer 6,5 procent rendement moet maken om op termijn aan de verplichtingen te voldoen.
Als het fonds alles zou beleggen in vastrentende waardes en dus 3.8 procent rendement maakt, kom je uit op een premie van zo’n 30 à 35 procent. Dat is geen mening, dat is de rekenkundige realiteit. Als je structureel alles blijft afdekken, gaat de premie vanzelf omhoog. Hoe lager het premiepercentage, hoe meer risico de pensioenfondsen zullen moeten nemen.
Moeten fondsen op grote schaal gaan afdekken? Ik zou me heel goed voor kunnen stellen dat een fonds dat op dit moment niet doet. Er is veel geld in de economie gepompt waardoor de centrale bankiers op korte termijn weer op de rem zullen moeten trappen om te voorkomen dat de inflatie te zwaar gaat oplopen. De vraag is of dat via renteverhogingen ook echt gaat gebeuren en het prille herstel weer wordt afgeremd. Dat is politiek uiteraard lastig en dat hebben we na de internetbubbel dan ook gezien. Dus blijft het geld goedkoop, krijg je weer een vloed van leveraged producten en hop, daar gaan we weer.
Een ding valt altijd op: elke keer gebeurt het opnieuw. En door kennis, kunde en technologie worden de effecten steeds groter.
Cultuur is het grootste risico
Risicomodellen, de toezichthouder, risicomanagement – het is allemaal belangrijk en noodzakelijk. Maar niet voldoende. Voldoende is dat degene die de besluiten moet nemen een rustig en verstandig iemand is, die niet de hele dag droomt van de grote klapper die hij wil maken. Wij zijn langetermijnbeleggers. Wij maken langetermijnafspraken met onze mensen.
Ook de verhouding houden we in het oog. Tien, twintig keer je vaste salaris als bonus is bij ons uitgesloten. Als je dat toestaat, creëer je een foute cultuur in je organisatie. Mensen doen dan niet meer wat ze eigenlijk zouden moeten doen. Een verkeerde cultuur is het allergrootste risico. Uiteindelijk gaat het om de mensen die het bedrijf leiden. Hoe zitten die erin? Hoe zijn hun kantoren ingericht. Hoe gedragen ze zich in het bedrijf. Wat is gedrag dat wel of niet op prijs gesteld wordt?
Je kunt enorme systemen bouwen, maar mensen kunnen altijd om de systemen heen. Het is daarom zo belangrijk dat mensen accepteren dat er bepaalde regels zijn en dat je bepaalde risico’s niet moet nemen. Het blijft immers mensenwerk. Je kunt alles borgen, maar uiteindelijk ben je afhankelijk van degene die voor ons in Amerika wel of niet in Asset-Backed Securities besluit te stappen. Cultuur zit niet in modellen, dat zit in de muren.
Ik denk dat het voor de culturele balans in je bedrijf verstandig is om meer vrouwen in de top van je bedrijf te hebben. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar het programma Deal or no Deal. Daaruit blijkt dat vrouwen twee keer meer aan dat programma overhouden dan mannen. Vrouwen stoppen veel vaker op tijd. Als je jonge mannen ziet met vrienden op de tribune, weet je dat het ‘all or nothing’ wordt. Meestal is het ‘nothing’.
Vrouwen luisteren niet naar hun man op de tribune die ze aanspoort om meer risico te nemen, maar bellen met hun moeder. En die zegt in negen van de tien gevallen: ‘Hoeveel heb je? Zoveel?! Stoppen!’ Gelukkig zijn de vermogensbeheerders voor de twee grootste pensioenfondsen in ons land op dit moment dan ook vrouwen.”

